Come together

Een tijd lang ging ik prat op het bezitten van een (bescheiden) Zwitsers zakmes. Blikopener, mes, schaar, vijl – het zakmes had veel troeven, en maakte het dragen van tien aparte items overbodig. Ondertussen draag ik al een jaar of vier geen zakmes meer met me mee. Wat ik wel op zak heb, is een (eveneens bescheiden) smartphone. Een wonderlijk object, als je er over na denkt, dat uit ijle lucht verbinding kan maken met Facebook, muziek kan streamen via Spotify, mensen kan bellen in India maar ook foto’s nemen van al wat ik toevallig passeer tijdens mijn wandeling. Niet slecht voor een technologisch fantasietje van zestig euro.

Zowel het zakmes als de smartphone zijn symptomen van een diep menselijk verlangen naar eenduidigheid, naar simplificatie en naar overzicht. Of, in meer wetenschappelijke bewoordingen, een tendens richting convergentie. In plaats van elke impuls individueel te verwerken, bundelen we liefst een hele rits impulsen bij elkaar en behandelen we die als één eenheid. De smartphone speelt handig in op dit verlangen en verenigt in principe het beste van zowel de computer, de telefoon, de camera, de radio en de mp3-speler. Over de walkman hebben we het zelfs niet meer. Het is verleidelijk om te blijven hangen een discussie over de voordelen en consequenties van deze reeds voltrokken convergentie. Niemand lijkt er echter aan te twijfelen dat de iPhone hier is om te blijven, ongeacht de latente nadelen die er aan verbonden zijn. In het vervolg van dit verhaal wil ik het daarom niet hebben over de smartphone, maar wel over de convergentie van het menselijke bewustzijn en technologie. Of: hoe het mens zijn misschien op het punt staat fundamenteel te veranderen.

Bron: http://www.twentejournaal.nl/enschedeaanzee/wp-content/uploads/2010/02/giant-swiss-army-knife.jpg
Alles-in-één: het kan ver gaan.

Voorlopig zijn mens en technologie immers nog steeds van elkaar gescheiden. Ik, als persoon, bezit over een smartphone (een stuk technologie) die mij bepaalde opties biedt. Als we de logica van de convergentie volgen, blijkt echter al snel dat er misschien geen nood is aan een extra medium zoals een smartphone. Zou het niet fantastisch zijn als ik me nooit meer zorgen moest maken om dat apparaat, en gewoon zélf verbinding zou kunnen maken met Facebook? Het klinkt als een ver-van-mijn-bed-show, maar achter de schermen wordt al lustig geëxperimenteerd met het combineren van technologie en het menselijke lichaam. Kleine hulpmiddelen zoals gehoorimplantaten hebben al hun strepen verdiend, dus waarom niet verder gaan? Men heeft het in dit opzicht vaak over de creatie van zogenaamde ‘cyborgs’: mensen die ‘verbeterd’ of gemodifieerd worden door technologische ingrepen. En daarom veranderen ze niet gelijk in Terminators, zo blijkt uit een artikel op Quinten Lengeler’s blog.

Cyborgs vormen een eerste voorbeeld van hoe technologie en het menselijke lichaam kunnen samensmelten tot één functioneel en (hopelijk?) superieur geheel. Quinten haalt evenwel terecht de ethische en morele problemen aan die cyborgs met zich mee brengen. Tot op heden wordt iedereen nog altijd geboren als mens van vlees en bloed, en het gebruik van (dure) technologische implantaten brengt haast onvermijdelijk een enorme ongelijkheidskloof met zich mee. Zo is ‘De Slimste Mens Ter Wereld’ vast niet bijzonder spannend meer als één van de kandidaten via een chip vliegensvlug informatie kan opsnorren. Sportwedstrijden zouden eveneens aan charme inboeten. Anderzijds lijkt het ook ondenkbaar dat de mens een concrete mogelijkheid tot zelfverbetering zomaar links zou laten liggen. Het menselijke streven naar perfectie speelt zijn onvermijdelijke rol.

Problematisch dus. Maar het gaat niet alleen over cyborgs. Een concrete case toont misschien wel het best aan hoe het dooreenlopen van technologie en het menselijke lichaam problematisch zou kunnen worden. Volgende reportage van VICE, bijvoorbeeld, rapporteert over het gebruik van virtual reality in de ‘digital love industry’ – maar zegt u maar gerust porno-industrie.

Waar pornografie altijd al grossierde in het aanprijzen van fictionele werelden van lust en verzadiging, krijgt ze nu door behulp van technologie de gedroomde middelen aangereikt. Als u de Oculus Rift aanzet, waant u zich binnen geen tijd in een jacuzzi met wat uitgekleed schoon volk naar keuze. De seksuele daad kan eveneens worden gesimuleerd, zo blijkt. (Laat het volstaan om te zeggen dat de technologie ‘teledildonics’ heet. Het Google-werk laat ik deemoedig aan u over). Een wild avontuurtje beleeft u met andere woorden heel gemakkelijk – virtual reality bril op, en u hoeft niet eens deur uit te gaan. Een volgende stap is de seksuele daad beleven met robots – al dan niet voorzien van artificiële intelligentie. Volgt u nog?

Waar klassieke pornografie nog duidelijk fantasie is, begeeft de pornografie van de toekomst zich dus in woeliger water. Als iets echt aanvoelt en echt eruit ziet, is het dan niet echt? En wat dan met de echte realiteit, die oeverloos ingewikkelder is? Zullen mensen nog willen daten als een nachtje met een knappe celebrity geregeld kan worden met enkele muisklikken? En wat als men verliefd wordt op een robot? Wat zegt het over ons als menselijke soort? De case rond seksualiteit is vooral boeiend omdat ze het primaire voortplantingsinstinct van de mens enerzijds confronteert met de afstandelijke perfectie van technologie anderzijds. Voorstanders zien virtual reality pornografie vooral als een aanvulling op de eigenlijke seksualiteit. Tegenstanders stellen dan weer dat de technologie een frontale aanval is op hoe wij als mensen met elkaar om gaan, en dat er onvermijdelijk grote groepen mensen hun grip op de realiteit zullen verliezen. Een moeilijk debat is het in elk geval. Een mogelijke (en ietwat angstaanjagende) conclusie is de volgende: hoe meer we in staat zijn om onze eigen lichamelijke functies technologisch te emuleren, hoe overbodiger ons lichaam misschien wel wordt.

De romantische komedie van de toekomst?
De romantische komedie van de toekomst?

Technologische en menselijke convergentie is met andere woorden geen eenrichtingsverkeer. Technologie wordt niet alleen geïmplementeerd in het menselijke lichaam, zoals bij cyborgs. Men probeert ook de mens en al zijn functies na te bootsen in technologische vorm. Toepassingen als ‘artificial intelligence’ vormden ooit het onderwerp van science fiction films, maar tegenwoordig kan u desgewenst reeds een volledig gesprek voeren met Siri op uw iPhone. Misschien is dit dan wel het pad naar convergentie en sublimatie? Als het invoegen van technologie in en rond het menselijke lichaam problematisch is en blijft, kunnen we dan niet pogen om ons menselijk bewustzijn te integreren in een technologische container? Of, in mensentaal – kunnen we niet zonder lichaam? Kunnen we ons bewustzijn exporteren? Ik citeer David R. Woolley:

The idea here is not about keeping a human brain alive, but rather transferring the memories and functionality of a biological brain into a digital device. In order to preserve some semblance of a human experience it would be necessary to connect this digital brain to artificial sensory devices providing at least vision and hearing. I imagine most transhumanists consider this a given. But the evidence seems to suggest we would have to go much further, and construct artificial replacements not only for other neural sensory input, but for the effects that our biological endocrine systems provide, as well. Otherwise, while we might retain memories of our lives as humans, we would be leaving behind a huge part of what it feels like to be ourselves. The artificial entities that inherit our rational thoughts and memories would not quite BE us.

Heel veel voorwaarden, met andere woorden. Daarnaast is er ook nog niet genoeg wetenschappelijke know-how om een menselijk brein na te bouwen. Hersenactiviteit simuleren is mogelijk, maar gaat bijzonder traag. Zo deed een Japanse supercomputer er maar liefst veertig minuten over om één seconde aan hersenactiviteit na te bootsen. Een compleet bewustzijn overdragen is dus nog lang niet aan de orde. Het is wel het bemerken waard dat het succesvol overdragen van een bewustzijn zou leiden tot wat wij als mensheid zo graag ‘onsterfelijkheid’ noemen. Eens het lichaam gepasseerd, is er niets dat een bewustzijn verhindert om te blijven bestaan – in digitale vorm, weliswaar.

Volgt u nog steeds? Een korte reflectie over de mogelijke symbiose van technologie en het menselijke bewustzijn leidt een mens al snel heel ver. Hoe realistisch zijn deze toekomstscenario’s? En zijn ze ook echt wenselijk? Een echt antwoord heb ik allerminst. De neo-luddiet in mij predikt echter voorzichtigheid. De filosoof piekert zich rot. En de nostalgicus, wel, die vraagt zich af waar dat Zwitsers zakmes ook al weer heen is.

Advertenties

Een gedachte over “Come together

  1. Ook hier zijn we weer complementair, wat leuk! Ik denk dat je zowaar de best mogelijke casus van menselijke en technologische convergentie hebt aangehaald die er op dit moment te vinden is, eentje die ons denk ik allemaal wel prikkelt.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s