Aan alle mooie blogjes …

Na een half semester kritische reflectie over nieuwe media en mediaconvergentie was het tijd om de balans op te maken. De arena? Lokaal 2207 van het Hermesgebouw van de KU Leuven – Campus Brussel. De gladiatoren? Een vijfentwintigtal aspirant-journalisten, gewapend met venijnige stellingen en geslepen oratorische kunstjes. Na wat vijven en zessen met inschrijvingslijsten gaf onze hoogsteigen keizerinnenfiguur Chris Verschooten het startsein. Een ware veldslag barstte los – tientallen vingers schoten de lucht in, vastbesloten om voor hun eigenaar het woord te veroveren. Voorzichtige coalities zagen het levenslicht. Ken resumeerde en zalfde er op los, terwijl onder meer Galia de grote woorden niet schuwde. Een hele boel gladiatoren had klaarblijkelijk het zwaard opgenomen voor Vrouwe Nuance. Hun meningen schopten niemand tegen de schenen, maar waren bijgevolg ook niet wereldschokkend. Het resultaat? Een free-for-all gevecht met houten zwaarden, dat hier en daar een schram veroorzaakte maar nergens echt een fatale slag toebracht.

gladtypes1

Maar de vraag is of het ook anders had gekund. Als er één iets duidelijk is geworden tijdens onze expeditie doorheen het landschap der nieuwe media, dan is het wel dat duidelijkheid een bijzonder schaars goed is. Sociale media kwamen, zagen en overwonnen, maar waar het nu allemaal heen gaat, is nog maar de vraag. Het is o zo vaak een kwestie van meningen – een lang uitgesponnen clash tussen neo-utopisten en neo-luddieten, die op zowat elk domein van de moderne media uitgevochten wordt. Uiteindelijk komt het er -volgens mij- op neer hoeveel vertrouwen we hebben in de media die we gebruiken, en of we bereid zijn offers te maken met het zicht op de voordelen die ze wel degelijk bieden. Dit is haast per definitie een persoonlijke kwestie. En hoe dom ik bepaalde meningen ook mag vinden – zonder glazen bol kan ik moeilijk het tegendeel bewijzen.

Neemt niet weg dat ook een debat met houten zwaarden kan leiden tot interessante duels. Mijn persoonlijke favoriet kwam er na één van Lore’s stellingen;

  • Social media accounts, waarop geheel vrijwillig persoonlijke informatie wordt vrijgegeven, mogen gebruikt worden in journalistieke verslaggeving.

Enkele mild verontwaardigde strijders schoten spontaan uit hun scheenlappen en beweerden het tegendeel. Als een volleerde en bebaarde mirmillo ging Mats in de aanval. Hij was immers een ervaringsdeskundige; niemand minder dan Kris Van Hemelrijck had immers zijn Twitter, Instagram en dergelijke gestript van foto’s en informatie. Midden in de les Mediaopleiding kreeg onze hele groep daarop een spoedcursus Mats Fredrix. Een mens zou zich voor minder bekeken gaan voelen. Als technologisch onderlegde jongeling vond Mats het confronterend om toch nog op zo’n manier te kijk gezet te worden. Wat dan met technologisch minder geroutineerde personen? Met het plebs (goed, Mats gebruikte niet écht deze term) dat zich niet weet te wapenen tegen dergelijke intrusies? Voorzichtig geknik gaat doorheen de hele arena, maar met zijn woorden heeft Mats de aandacht getrokken van Galia. Als een ware gladiatrix scherpt ze de gladius en gaat frontaal in de aanval. Ze deelt misschien wel de meest rake stoot van het hele gevecht uit: dat het wel eens gedaan mag zijn met de betutteling van de internetgebruiker, en dat die persoon best wel verantwoordelijk mag gehouden worden voor wat hij of zij allemaal in eigen naam online post. Als een Facebook-post op ‘Openbaar’ staat, dan kan je toch moeilijk verrast zijn dat die post wordt opgepikt door het grote publiek?

Zelf ben ik geneigd om me aan te sluiten bij die laatste mening. Als we even terugkeren naar de stelling, vind ik vooral het volgende van belang: ‘waarop geheel vrijwillig persoonlijke informatie wordt vrijgegeven’. Wie zich begeeft op een sociaal medium dient zich ook te houden aan de specifieke gebruiksregels ervan. Twitter kan een individu een platform geven om een mening te verkondigen, maar het zou enigszins naïef zijn om te denken dat deze mening nooit tegen je zou kunnen gebruikt worden. Hetzelfde geldt in principe voor openbare Facebook posts – een type bericht dat specifiek gemaakt is als tegenhanger van het afgeschermde bericht. Men kan zich de vraag stellen waar de distinctie openbaar versus afgeschermd zelfs voor dient als men ook openbare posts als taboe gaat beschouwen. Foto’s behoren eveneens tot het gemeengoed, zo lijkt het. Wie twintig foto’s van zichzelf op Instagram zet, vervult hiermee een bepaald verlangen, maar doet dit ook tegen een bepaalde prijs. Maar goed – het hele verhaal over ‘voorzichtig zijn wat je post’ en ‘je latere werkgever gaat alles na’ kennen we ondertussen wel al.

Facebook stuurt een draakje uit om privacy settings te promoten. (Zo moeilijk is het niet).
Facebook stuurt een draakje uit om privacy settings te promoten.

Galia de gladiatrix leek dus haar concullega’s in een net gevangen te hebben. De nodige reservaties maken is echter noodzakelijk. Grote groepen mensen zijn zich niet ter dege bewust van de gevolgen van hun online keuzes. We hebben het over minderjarigen of mensen die aan het minder bedeelde einde van de digitale kloof verblijven. En eens de mazen in het net groter worden, is het plots heel moeilijk om grenzen te stellen. Voorlopig dus een voorzichtige conclusie – best eerst toestemming vragen, maar in de toekomst kan men toch minder en minder onwetendheid als argument gaan poneren.

En dus blijft de online wereld een atmosfeer op zich – een plaats waar informatie tegelijk enorm kwetsbaar is (denk maar aan hackers), maar toch ook nog enigszins beschermd door een apart statuut. Het viel me op dat één van de volgende druk bevochten stellingen uit gaat van een soortgelijke tweescheiding tussen het online-gebeuren en het dagelijkse leven (dat nog steeds offline geleefd wordt):

  • Het grote publiek laten betalen voor online nieuwsconsumptie is een onmogelijke opdracht

Online nieuws wordt in deze stelling helemaal anders behandeld dat de gedrukte tegenhanger. Niemand in de arena probeert zelfs een lans te breken voor gratis gedrukte journalistiek. Er zijn enkele voorbeelden, zoals ‘Metro’ en ‘De Zondag’, maar desondanks heerst nog steeds de overtuiging dat men voor ‘De Standaard’, ‘De Morgen’ een soortgelijke kranten nu eenmaal moet betalen. En toch – een groot deel van de gladiatoren in arena 2207 stemt in met de stelling, en ziet online nieuws als een soort verworven recht. ‘Het recht om geïnformeerd te worden,’ zo stelt één van de zwaardentrekkers. Niet verbazingwekkend is het opnieuw Galia die de drietand boven haalt, en terloops zelfs suggereert dat haar sparringpartner Joren van een andere planeet komt. Natuurlijk moet je immers betalen voor online media; die berichten komen toch niet zomaar ergens vandaan? Hoe betaal je anders een journalist voor zijn werk?

fofree

Een heel duidelijk standpunt, waar ook ik mij achter schaar. Dat neemt uiteraard niet weg dat de stelling correct kan zijn. Het ontbrak de grote kranten klaarblijkelijk aan een functionerend zakenplan toen ze hun papieren krant naar het internet transplanteerden. In een ideale wereld was online journalistiek meteen betalend geworden, en was er nu geen discussie geweest. Maar nu de consument het gewoon is om dagelijks gratis artikels te kunnen lezen, zitten de grote kranten in de rats. Zoals de Romeinse burger brood en spelen als verworvenheid ging zien, is de hedendaagse Europeaan evenzeer verwend door de gratis toegang tot actualiteit. En zo’n oude gewoonte veranderen, dat is nooit gemakkelijk. De enige manier om dit te remediëren is misschien wel een collectief besluit van alle online media: op éénzelfde moment beslissen om de betaalmuur op te trekken. Onverbiddelijk is het, maar misschien wel efficiënt. En naar wie de consument dan keert – het is nog maar de vraag.

Wanneer het gevecht gestaakt werd, keerden de gladiatoren onverrichter zake weer terug naar hun rol in het dagelijkse leven. Ook ik had het gevoel dat er iets niet helemaal snor zat. Het duurde even eer ik de centrale vraag van al mijn blogposts kon ontwaren, maar nu ben ik er toch. Die vraag luidt: hoe zit het nu eigenlijk met de relatie tussen online en offline? En, valt die scheiding wel nog te verdedigen? In onze westerse wereld lijkt dit alvast bijzonder moeilijk. Het heeft maar een blog gevraagd om dat te bevestigen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s